Ode aan mijn collega’s

Precies één jaar geleden werd ik in het hol van de leeuw geworpen.

Eén dag voor mijn 32e verjaardag en amper 10 weken nadat Midas was geboren mocht ik beginnen met een nieuwe baan. En halleluja wat was ik er klaar voor. Nadat 5 jaar heel dankbaar, maar geestdodend werk in de thuiszorg verricht te hebben was ik wel klaar voor een nieuwe uitdaging en collega’s, want die had ik de afgelopen jaren niet gehad.

Ik kreeg de stempel telefoniste en dacht dat deze stempel niet veel meer in zou houden dan lief de telefoon opnemen, doorverbinden en koffie zetten. Boy was I wrong. Ik werd keihard het taxi-wereldje in geschopt, kreeg behoorlijk wat verantwoordelijkheden en weinig (geen) opleiding. Proberen, keihard op je bek gaan en de volgende keer beter doen. En dat te midden van zo’n 20 collega’s. Een hele roede jonge kerels die het wel grappig vonden om zo’n ‘meisje’ te zien ploeteren. Succes en red oe d’met.

Het bedrijf waar ik werk is een uit de kluiten gewassen warm familie-bedrijf. Een grote gezellige bende waar keihard gewerkt wordt. Maar de centrale, waar ik werk, is een beetje een eilandje binnen het bedrijf. Een eilandje waar het 24/7 knallen is. Er is geen tijd om dit deel van de toko even te sluiten voor een personeelsfeestje, of voor de feestdagen, of twee weken in de grote vakantie, of een uurtje tijdens de lunch. De taxiwereld staat nooit stil, we moeten altijd door en ik vind dat heerlijk.

Tussen het keiharde werken door ontladen we met humor. Sarcasme, platte humor, droge humor, woordspelingen, heel veel zelfspot, humor dat vaak nét op het randje is, of er nét over heen maar nooit hatelijk. Ik ben vanuit de horeca wel wat gewend. Koks kunnen er namelijk ook wel wat van. Gelukkig maar, want het wereldje moet je wel passen én je moet het wel leuk vinden, dat jongen-honden-grote-bek-klein-hartje-ruwe-bolster-blanke-pit wereldje vind best leuk. Regelmatig rollen de tranen van het lachen mij over de wangen en is de telefoon opnemen een hele uitdaging. We worden brak wakker met elkaar, we eten ontbijten samen, we lunchen samen, we zijn samen chagrijnig, samen vrolijk, samen boos en samen hysterisch. We zitten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds (’s nachts) laat bij elkaar. We vieren Pasen samen, en carnaval (laten we carnaval niet vergeten!)  we vieren samen koningsdag, kerst, en oud en nieuw. Ontsnappen aan elkaar is niet mogelijk en het is daarom maar goed dat er een dreamteam zit.

De jongens moesten wel wennen toen er, samen met mij, opeens een paar vrouwelijke collega’s op de centrale kwamen. Van voetbal- en zuipverhalen vlogen nu ook de huilbaby- en zwangerschapsverhalen (inclusief nasty details) om hun oren. Niet iedereen kon zich hier in vinden maar tegenwoordig komen diezelfde kerels, die walgden van kinderen, met chocolade (Tony ofcourse) donuts en dino’s voor diezelfde kinderen aanzetten.

Op het werk kan ik dankzij de jongens (en een paar hele leuke lieve meiden) ontsnappen aan het moederschap. Me even nuttig maken met andere dingen dan poepluiers en snottebellen.

Ik krijg dagelijks behoorlijk wat shit van klanten over me heen. Als iets vlekkeloos verloopt hoor je er nooit meer iets over. Is er een probleem dan komen ze met hooivorken achter je aan en de telefonisten zijn, als eerste aanspreekpunt, vaak de dupe. En toch vind ik deze shit een hele welkome afwisseling met de poep waar ik thuis mee te dealen krijg.

Precies één jaar geleden werd ik in het hol van de leeuw geworpen. Een jaar later denk ik dat ik een van de leeuwen ben geworden.

Advertenties

4 thoughts on “Ode aan mijn collega’s

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s