Kleine potjes, grote oren!

Kleine kopjes hebben grote oren, en hoe groter die kleine kopjes worden, hoe groter die oortjes worden!

Le husband en ik vonden het lekker om onze gesprekken kracht bij te zetten met grove taal. En dat bedoel ik helemaal niet zo slecht als het klinkt. Wij zijn echt wel mensen met een goed, groot hart. Soms is het gewoon lekker om “”verboden” powerwoorden te gebruiken.
Bij ons is een boete voor te hard rijden niet “vervelend” maar gewoon shit, en een nare situatie noemen wij gewoon kut. De niet zo lieve kassajuffrouw is een “schijtwijf” de man die met zijn opgevoerde scootmobiel al tierend en schelend op spelende kinderen door de straat snelt is gewoon een “oetlul”, vaak vergezeld met “vieze, vuile” Deze woorden zijn bij ons zo normaal geworden dat we er niet meer heel erg bij nadenken wat de eigenlijke betekenis van het woord is. Al vind ik, nu ik er zo over nadenk, poep of vagina nog wel meevallen als scheldwoord. De benaming die wij gebruiken bekt gewoon iets lekkerder.

img_1201

Met ziektes passen wij op. De lol om iemand uit te schelden met het K-woord heb ik nooit begrepen. Al las ik laatst dat wij Nederlanders het heel fijn vinden om met ziektes te schelden. Dat is blijkbaar ons dingetje. Ik heb plaatsvervangende schaamte voor deze rare gewoonte van mijn medelanders.
Maar goed, David en ik werden ouder en ouders en vinden dat we beter op ons taalgebruik moeten letten. Klinkt heel erg mooi in theorie. Een nobel streven. Maar van een slechte gewoonte kom je niet zo gemakkelijk van af, kan ik je vertellen. Verbale floeperitus is niet te genezen met een pilletje.

We hebben onze drang naar het gebruik van pedagogisch onverantwoorde woorden weten te stillen door heel vaak “poep” te gebruiken. Iemand een “poephoofd” noemen of een betalingsherinnering van de H&M een “poepbrief” noemen klinkt nog enigszins grof en Boaz moet er alleen maar om giechelen. “Poep, hihihi, mama, jij maakt een stom grapje he?”

wpid-img_20151119_131950Maar soms gaat het nog wel eens mis.

Toen ik laatst met Boaz in de auto zat en de mevrouw voor mij, zacht gezegd, nogal rot reed, vroeg Boaz mij of zij nou een “moddefokker” was. Mijn eerste reactie was ja, mijn tweede was: stamel, stamel, hoe kom je daar nou bij? “Oh, dat zegt papa ook wel eens tegen een mevrouw in een auto. Maar dat is geen lief woord he?”

En ook Midas z’n oortjes doen het steeds beter

Het bestelbusje dat met zijn gevarenlichten langs de kant stil stond, begint ineens te rijden, en staat dan weer stil, en begint weer te rijden zonder duidelijk aan te geven wat hij nou wil. “Wat wil je nou, kutauto!?” roep ik. “Ja, kutauto! Wat wil je nou!?” staat Midas me bij.

img_1182.jpg

Oei, toch maar beter opletten. Na zo’n incident staan we weer op scherp en gaat het een paar weken goed…

…tot dat het bommetje weer barst.

Een paar dagen geleden deed ik een computerspelletje en ik kwam niet voorbij een dikke vis die mij iedere keer achtervolgde en genadeloos opslokte. Na zeshonderddertigduizend pogingen was ik het zo zat en “f*ckvis” floepte eruit zonder dat ik er erg in had. Mijn geweldige kind keek mij met grote ogen aan. “Mama, wat eet een fokvis? En heeft een fokvis grote tanden of is het een planteneter?”

Ondanks zijn banale ouders is er nog hoop dat zijn geest niet voorgoed verziekt is. En anders is er altijd nog therapie! Ik begin maar vast met sparen voor ze, denk ik.

Advertenties